Handhaving en werkwijze van de Inspectie SZW

04 december 2014

Inleiding

Handhaving van de Arbeidsomstandighedenwet vindt voornamelijk plaats door ambtenaren van de Inspectie SZW. Daarom wordt in deze paragraaf nader ingegaan op de werkwijze van deze Inspectie SZW (voorheen de Arbeidsinspectie). Naast de handhaving van de Arbowetgeving is de inspectie ook belast met de handhaving van enkele andere wetten op het gebied van de arbeidsbescherming. De meest belangrijke wetten zijn dan de Arbeidstijdenwet en de Wet arbeid vreemdelingen. Daarnaast is de Inspectie SZW ook nog voor bevoegd tot handhaven van enkele andere wetten, zoals de bestrijdingsmiddelenwet. Handhaving gebeurt op actieve wijze, door het uitvoeren van inspecties, en op reactieve wijze, naar aanleiding van de melding van ongevallen en klachten . In beide gevallen ligt de nadruk op het opsporen en opheffen van misstanden (hoge risico’s voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers).

Taakstelling

De kern van de handhavende taakstelling van de Inspectie SZW ligt op het brede terrein van de arbeidsbescherming zoals de Arbeidsomstandighedenwet, de Arbeidstijdenwet en de Wet Arbeid Vreemdelingen. De inspectie richt zich daarbij in de eerste plaats op werkgevers, omdat deze grotendeels verantwoordelijk zijn voor de naleving van de wettelijke voorschriften in hun bedrijf of instelling. In sommige gevallen kan en zal ook tegen werknemers worden opgetreden. Aan de hand van projectmatige inspecties wordt gecontroleerd of werkgevers en werknemers zich aan de wettelijke voorschriften houden. Daarnaast worden onderzoeken verricht op basis van klachten van werknemers en verplichte meldingen (onder andere betreffende ernstige arbeidsongevallen en asbestsloop).

De Inspectie SZW richt zich op basis van risicoanalyses in de eerste plaats op de branches en bedrijven waar sprake is van hoge risico’s, misstanden of lage naleving van de wet. De inspectielast komt daarmee te liggen bij de branches en bedrijven die deze het meest nodig hebben.

Minder inspecties

Goed presterende bedrijven en instellingen worden door de Inspectie SZW ontzien. De beschikbare inspectiecapaciteit wordt vooral ingezet bij bedrijven en instellingen waar de gezondheids- en veiligheidsrisico’s hoog zijn en de naleving laag. Op basis van risicoanalyses zijn prioritaire sectoren geselecteerd waarbij dit uitgangspunt van toepassing is. Bedrijven uit deze sectoren worden via inspectieprojecten geïnspecteerd.

Bedrijven waar de Inspectie SZW op bezoek is geweest en waar geen overtredingen zijn geconstateerd en de zorg voor arbeidsomstandigheden op peil is, worden de eerstvolgende twee jaar na het laatste bezoek niet meer in het kader van een inspectieproject, gericht op naleving van de arbowetgeving, bezocht.

Ook de zogeheten “OHSAS 18001 gecertificeerde bedrijven” zullen niet meer worden bezocht in het kader van een inspectieproject van de Inspectie SZW, gericht op de naleving van de arbowetgeving (zie voor meer informatie OHSAS 18001).

Niet voor inspectie vrijgestelde bedrijven

Bedrijven waar een klacht over de arbeidsomstandigheden is ingediend of waar een meldingsplichtig ongeval is gemeld, worden niet vrijgesteld voor een bezoek van de Inspectie SZW. Dat geldt ook voor bedrijven met een verhoogd risico. Het gaat daarbij om de bedrijven die over een zodanige hoeveelheid gevaarlijke stoffen beschikken, dat aan hen aanvullende eisen zijn gesteld (de zogeheten ARIE- en BRZO-bedrijven). Dit geldt tevens voor bedrijven in de sector “delfstoffenwinning” en bedrijven die asbest saneren.

Indien de Inspectie SZW tijdens de inspecties of onderzoeken overtredingen constateert, kan zij, afhankelijk van de betreffende wet en de aard en ernst van de overtreding, de volgende handhavende instrumenten (sancties) inzetten:

  • maken van een afspraak over het opheffen van de overtreding;

  • het geven van een officiële waarschuwing;

  • stellen van een eis tot naleving van de wet;

  • het geven van een bevel tot onmiddellijke stillegging van het werk of werkzaamheden;

  • aanzeggen van een bestuurlijke boete;

  • aanzeggen van een proces-verbaal (strafrechtelijk);

  • aanzeggen van een last onder dwangsom.

De sanctie(s) en de voorgeschreven maatregel(en) worden altijd schriftelijk bevestigd. De Inspecteur controleert steekproefsgewijs in een volgende inspectie of de vereiste maatregelen zijn genomen. Als dat niet het geval is, worden nieuwe sancties (dwangmaatregelen) ingezet. De sancties zullen dan zwaarder zijn.

Als er overtredingen zijn geconstateerd, wordt een waarschuwing gegeven of een boeterapport aangezegd. Als er sprake is van ernstig gevaar voor personen, kan het werk worden stilgelegd. Ook wordt er afgesproken binnen welke termijn de overtreding moet worden opgeheven. De Inspecteur controleert altijd of overtredingen daadwerkelijk zijn opgeheven.

Branchebrochures en gerichte inspecties

Arboregels worden door werkgevers vaak ervaren als lastig en moeilijk. Dat realiseert de Inspectie SZW zich ook. Daarom werkt de Inspectie sinds 2006 met zogenaamde branchebrochures, waarin onder andere de wijze van inspecteren per branche wordt toegelicht. Deze brochures worden onder alle bedrijven in een branche verspreid, geruime tijd voordat er binnen die branche geïnspecteerd wordt. Zo wil de inspectie bevorderen dat het optreden van de inspecteurs als duidelijk en voorspelbaar wordt ervaren. En de werkgevers kunnen waar nodig tijdig maatregelen nemen om de arbeidsomstandigheden in het bedrijf te verbeteren.

Per brochure worden de belangrijkste arbeidsrisico’s in de betreffende branche beschreven, wat de werkgever daarvoor moet regelen en de manier waarop de Inspectie SZW daarop inspecteert. Met de brochures kunnen de werkgevers zich hier goed op voorbereiden. In de brochure staat informatie over de verplichtingen die de werkgever heeft en hoe een bedrijfsinspectie verloopt. Ook zijn de belangrijkste arbeidsrisico’s in de branche uitgewerkt. De inspectienormen worden per arbeidsrisico aangegeven en er wordt verwezen naar bestaande instrumenten en hulpmiddelen om aan de regels te voldoen. Daarmee wordt het optreden van de overheid duidelijk en voorspelbaar.

Er zijn inmiddels zo’n vijftig brochures gereed. Bij de inhoud van de brochures is rekening gehouden met de ontwikkeling van de (sectorale) arbocatalogi. Voor actuele informatie wordt verwezen naar de website www.inspectieszw.nl. Ga vervolgens naar Publicaties en kies dan het onderdeel Branche-informatie. De brochures kunnen gratis worden gedownload.

Handhaving en arbocatalogi

Werkgevers die zich houden aan de getoetste arbocatalogus van hun branche, kunnen er vanuit gaan dat ze voldoen aan de doelvoorschriften van de arbowetgeving waaraan de arbocatalogus invulling geeft. Afwijken mag, maar dan moet wel goed worden onderbouwd dat het alternatief voldoet aan de arbowetgeving.

De Inspectie SZW controleert of bedrijven zich aan de wettelijke regels houden. Zodra een getoetste arbocatalogus is opgenomen in de Beleidsregel Arbocatalogi, is deze het uitgangspunt voor de inspectie. Werkgevers die een arbocatalogus hanteren kunnen rekenen op een soepele opstelling van de Inspectie SZW. Waar een arbocatalogus ontbreekt, zal de Inspectie SZW vaker inspecteren. Tijdens een inspectiebezoek zijn vier mogelijkheden denkbaar:

  1. De werkgever volgt de catalogus en voldoet aan regelgeving. De wettelijke verplichtingen worden nageleefd en er is dus geen reden om te handhaven.

  2. De werkgever volgt de catalogus maar voldoet niet aan de regelgeving. Dit lijkt wat merkwaardig maar het kan voorkomen dat de inhoud van de catalogus is verouderd omdat er niet (meer) wordt voldaan aan de actuele stand der techniek. De Inspectie SZW kan dan, op grond van artikel 27 Arbowet overgaan tot het stellen van een eis. Daarbij moet wel gemotiveerd worden waarom de eis wordt gesteld. De werkgever krijgt enige tijd om aan de eis te voldoen, zo niet, dan volgt alsnog een bestuurlijke boete.

  3. De werkgever pakt risico’s die in de catalogus staan niet aan. De Inspectie SZW kan een waarschuwing geven om alsnog te voldoen aan de bepalingen uit de arbocatalogus. Ook dan wordt de werkgever enige tijd gegeven, maar hij zal wel moeten voldoen. Zo niet, dan volgt alsnog een eis en (eventueel later) alsnog een bestuurlijke boete.

  4. Een bepaald risico is wel aangepakt, maar wijkt af van de oplossing die de catalogus geeft. Als daarbij toch wordt voldaan aan de regelgeving volgt geen handhaving. Maar als niet wordt voldaan aan de regelgeving kan de Inspectie op grond van artikel 27 Arbeidsomstandighedenwet weer een eis stellen. Daarbij moet gemotiveerd worden aangegeven, waarom de aanpak van de werkgever niet voldoet. Daarnaast zal worden aangegeven, hoe wél aan de regelgeving kan worden voldaan, onder verwijzing naar de catalogus.

Als er een arbeidsongeval wordt veroorzaakt door het niet opvolgen van de bepalingen uit de catalogus, dan moet de werkgever aantonen, dat de door hem gevolgde werkwijze dezelfde mate van veiligheid bood als de maatregel in de catalogus. Omdat er sprake is van een arbeidsongeval, zal dit echter niet zo eenvoudig zijn! Kortom: een nagenoeg onmogelijke bewijsvoering!

Strafrechtelijke handhaving

Als er sprake is van een situatie waarbij er levensgevaar of ernstige schade aan de gezondheid van de werknemers ontstaat of te verwachten is, kan de Inspectie SZW een proces-verbaal opmaken. Dit proces-verbaal wordt vervolgens toegezonden aan het Openbaar Ministerie. De officier van justitie bepaalt vervolgens of het bedrijf strafrechtelijk vervolgd wordt voor dat strafbare feit.

Als het bedrijf vervolgd wordt door de officier van justitie, zal de werkgever zich moeten verantwoorden voor de strafrechter met betrekking tot het strafbare feit. 

Lik-op-stukbeleid

De Inspectie SZW kan direct een boete opleggen bij overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet of de Arbeidstijdenwet, het zogenaamde “Lik-op-stukbeleid”. Dit geldt bij de Arbowet ook voor werknemers. Als zij zich niet aan de voor hen geldende regels houden, kan de Inspectie SZW ook aan hen een boete opleggen. Het moet dan gaan om feiten die of zeer ernstig zijn of overtredingen die direct beboetbaar zijn. Deze begrippen en de desbetreffende wetsartikel zijn opgesomd in de Bijlage van de Beleidsregel boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving (zie onder 2.5.9, Bestuurlijke boete).

Overtredingen

Als de Inspectie SZW een overtreding waarneemt, krijgt de werkgever doorgaans de gelegenheid dit binnen bepaalde tijd op te heffen. De toezichthouder geeft dan een waarschuwing of stelt een eis. Na afloop van de gestelde termijn controleert de inspecteur of de overtreding is opgeheven of, in het geval van arbeidstijden, niet meer voorkomt. Is dat niet, of gedeeltelijk, het geval, dan zal de Inspecteur direct een boete aanzeggen.

Bij bepaalde overtredingen kan de Inspectie SZW ook direct een boete aanzeggen en om onmiddellijke maatregelen vragen. Voorbeelden hiervan zijn:

  • het ontbreken van toezicht op het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen;

  • kinderen onder de 16 jaar langer laten werken dan wettelijk is toegestaan;

  • nalaten van de verplichte meldingen aan de Inspectie SZW, bijvoorbeeld van een voorgenomen asbestsloop. 

Bij een niet-ernstige overtredingen wordt een waarschuwing preventieve stillegging gegeven, nadat voor de tweede keer dezelfde of een soortgelijke overtreding is geconstateerd en daarvoor een boete is opgelegd of een proces-verbaal is opgemaakt. Na opleggen van een derde boetebeschikking of het opmaken van een derde proces-verbaal voor dezelfde of een soortgelijke overtreding binnen vijf jaar kan besloten worden tot preventieve stillegging. 

Ernstige overtredingen

Als de Inspecteur ernstig gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers waarneemt, kan zij het werk onmiddellijk stilleggen. De Inspecteur zegt daarbij tegelijkertijd een boete aan. Voorbeelden van ernstige overtredingen zijn: 

  • willens en wetens overtreden van een wettelijke verplichting waardoor een arbeidsongeval met dodelijke afloop plaats vindt;

  • het werken met bepaalde gevaarlijke stoffen zoals propaansulton en loodwit;

  • overtredingen bij het werken door zwangere werkneemsters en jeugdigen;

  • asbestverwijdering zonder het vereiste certificaat;

  • bij kinderarbeid jonger dan 12 jaar;

  • kinderarbeid met een dodelijk ongeval of ernstig letsel;

  • bij werken meer dan het dubbele van de norm of een rusttijd minder dan de helft van de norm.

Bij een ernstige overtredingen wordt al na het opleggen van de eerste boetebeschikking of proces-verbaal een waarschuwing gegeven. als een zelfde of soortgelijke overtreding binnen vijf jaar op nieuw wordt geconstateerd kan worden besloten tot preventieve stillegging.

Bestuurlijke boete

Om wat voor overtreding het ook gaat, de inspecteur moet aangeven, welke bepalingen volgens hem zijn overtreden. Dit moet op schrift worden gesteld. Als een inspecteur een boete wil aanzeggen, is de "verdachte" werkgever niet verplicht vragen over de aanleiding van de beboeting te beantwoorden. Deze zogenaamde cautie wordt door de inspecteur tijdens zijn onderzoek aangegeven met de woorden: U bent niet verplicht tot antwoorden. De inspecteur maakt een boeterapport op en stuurt dat naar het hoofdkantoor van de Inspectie SZW, waar de “boeteoplegger” de verdere afhandeling van het rapport verzorgt. De hoogte van het boetebedrag wordt in latere instantie vastgesteld door de boeteoplegger. Deze moet een kennisgeving sturen van het voornemen om een boete op te leggen. Men heeft dan twee weken de tijd om inhoudelijk te reageren. Het gaat dan om het geven van een zienswijze en dat is niet hetzelfde als het maken van bezwaar: dat kan altijd nog in een later stadium, als de boete eenmaal is opgelegd door middel van een beschikking.

Als geen gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om inhoudelijk te reageren, of als de boeteoplegger vindt dat de argumenten geen reden zijn om geheel of gedeeltelijk terug te komen op de voorgenomen beslissing, dan wordt een boete opgelegd via een zogenaamde boetebeschikking. Tegen die beschikking kan bezwaar worden aangetekend. Dat moet binnen zes weken na dagtekening van de beschikking door het indienen van een bezwaarschrift.

Als het bezwaar wordt afgewezen, staat beroep bij de rechtbank, sector Bestuursrecht nog open. Dat moet binnen zes weken na de dag waarop de beslissing op het bezwaar bekend is gemaakt. Het beroep wordt ingediend bij de rechtbank binnen het rechtsgebied waar de bezwaarde woont of, ingeval van een rechtspersoon, waar deze statutair gevestigd is. Daarna staat nog hoger beroep open bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Beleidsregel boeteoplegging

De door de Inspectie SZW op te leggen boetes en het systeem van de boeteoplegging staan in de nieuwe Beleidsregel Boeteoplegging arbeidsomstandighedenwetgeving. Deze vervangt sinds 1 januari 2013 Beleidsregel 33. In de nieuwe beleidsregel zijn ook de wijzigingen verwerkt die het gevolg zijn van de Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid SZW-Wetgeving (Stb. 2012, 462). Eén van de onderdelen van dit aangescherpte beleid is verhoging van de boetenormbedragen. De nieuwe regeling is qua leesbaarheid aanmerkelijke verbeterd. Die bedragen die gelden voor overtreding van een artikel uit de Arbowetgeving staan opgesomd in een Tarieflijst die als bijlage hoort bij de Beleidsregel. De tarieflijst is voorzien van de 157 (!) voetnoten maar blijft desondanks helder. 

Systeem van de boeteoplegging

Zoals gezegd: de boetenormbedragen zijn aanzienlijk verhoogd. Bij recidive wordt de boete verdubbeld en bij ernstige overtredingen zelfs verdrievoudigd. Voor overtredingen die voor 1 januari 2013 strafrechtelijk werden afgedaan geldt thans een fors hogere boete. Daarnaast wordt het hoogst mogelijke boetebedrag opgelegd voor het niet gecertificeerd werken met of aan asbest. Dit vanwege de ernstige risico’s die kunnen ontstaan voor werknemers en omgeving bij het ondeskundig werken met asbest. Ook de eventuele blootstelling aan biologische agentia wordt strenger bestraft. 

De boetes van meerdere tegelijk geconstateerde overtredingen worden bij elkaar opgeteld met een maximum van drie overtredingen per keer. In de Tarieflijst is per artikel(lid) of onderdeel aangegeven, waarvoor een boete kan worden opgelegd, welk type overtreding het betreft en welk boetebedrag daarvoor geldt. 

Soorten overtredingen

De nieuwe beleidsregel boeteoplegging kent drie soorten overtredingen. Daarbij zijn drie nieuwe termen geïntroduceerd: de zware overtreding (ZO), de overtreding met directe boete (ODB) en de overige overtredingen (OO). Er is nog een vierde soort overtreding, namelijk het niet melden van een arbeidsongeval, zoals bedoeld in artikel 9, eerste lid, Arbeidsomstandighedenwet. Het gaat dan om arbeidsongevallen die leiden tot de dood, blijvend letsel of ziekenhuisopname.

De Zware Overtreding

Een Zware Overtreding (ZO) betreft werkzaamheden en situaties die doorgaans ernstig gevaar (kunnen opleveren voor personen. Hieronder verstaan we dus zowel werknemers als derden – denk aan zzp-ers, bezoekers of stagiaires. Als een dergelijke werkzaamheid of situatie wordt geconstateerd, dan zal in de meeste gevallen, naast het opleggen van een boeterapport, ook worden overgegaan tot het stilleggen van het werk wegens gevaar op grond van artikel 28 van de Arbowet. 

Opgemerkt wordt, dat er uitsluitend sprake is van een Zware Overtreding (ZO) als voldaan wordt aan de omschrijving in de voetnoten van de Tarieflijst. De Toelichting geeft als voorbeeld art. 3.2 Arbobesluit, waarvoor als Zware Overtreding staat aangemerkt: “het werken op, aan of in de nabijheid van wegen waarbij ernstig gevaar bestaan voor aanrijden”. Een overtreding van dit artikel die niet voldoet aan de hiervoor genoemde omschrijving – bijvoorbeeld omdat er bij de aangetroffen situatie in het geheel geen gevaar voor aanrijding bestond - wordt niet als zware overtreding aangemerkt maar als overige overtreding (OO). 

Als de feiten die de inspecteur aantreft hetzelfde zijn als omschreven in de voetnoot, dan is er sprake van een “heterdaad”. Dan zal de inspecteur het werk stilleggen maar ook direct een boete aanzeggen. Als de inspecteur een situatie aantreft die naar zijn redelijk oordeel mogelijk kan leiden tot ernstig gevaar, terwijl er op het moment van constateren niet wordt gewerkt, dan is de inspecteur bevoegd (op grond van art. 28 Arbowet) te bevelen, dat het werk pas weer mag worden begonnen als de het gevaar is weggegnomen. Bij deze preventieve stillegging wordt geen boete aangezegd. 

De opsomming van werkzaamheden waarbij Zware Overtreding staat aangegeven is niet limitatief. Dat wil zeggen, dat ook andere overtredingen, waarbij een potentieel ernstig gevaar wordt geconstateerd, kunnen worden aangemerkt als een Zwarte Overtreding. Er is hierin dus sprake van een zekere beleidsvrijheid van de inspecteur.

Overtredingen waarvoor Direct een Boete Volgt (ODB)

Een aantal overtredingen uit de Arbowet, het Arbobesluit en de Arboregeling worden niet tot de categorie Zware Overtredingen gerekend. Maar bij niet-naleving van deze artikelen kan toch een directe sanctie volgen en soms zullen ook (direct) maatregelen moeten worden getroffen. Het gaat om belangrijke overtredingen waarvoor het eerst geven van een waarschuwing of het eerst stellen van een eis als inadequaat wordt gezien. Het gaat dan om feiten met betrekking tot:

  • het ontbreken van vakbekwaamheid / bevoegdheid van werknemers om bepaalde – in de regelgeving omschreven – in potentie risicovolle werkzaamheden te verrichten;

  • het nagelaten hebben van bepaalde risicoverminderende handelingen en/of maatregelen in risicovolle situaties;

  • het nagelaten hebben van verplichte meldingen aan de Inspectie SZW;

  • bepaalde onmisbare basisvoorzieningen.

Dergelijke overtredingen die enerzijds de onveiligheid van werknemers vergroten en anderzijds het werk van de Inspectie SZW ernstig belemmeren, leiden tot een directe correctie van werkgevers. In dergelijke situaties wordt direct overgegaan tot het aanzeggen van een boete.

Overige Overtredingen (OO)

Alle andere overtredingen die in de bijlage bij de Beleidsregel niet zijn aangemerkt als Zware Overtreding (ZO) of als Overtreding waarvoor Direct een Boete volgt (ODB) worden beschouwd als Overige Overtredingen (OO).

Voorbeeld tarieflijst

Onderstaand enkele voorbeelden uit de tarieflijst boeteoplegging. 

Artikel

Lid

Onderdeel

Categorie normbedrag

Werknemers-boete

Type overtreding

Arbowet

         

11

   

2

*

ZO5

13

1 t/m 3

 

3

 

OO

Arbobesluit

         

1.36

1 en 2

 

2

 

OO

1.37

1

 

4

 

ODB6

5 De ZO luidt: Het niet of onjuist gebruiken van ter beschikking gestelde noodzakelijke beveiligingen of persoonlijke beschermingsmiddelen door een werknemer, waardoor ernstig gevaar bestaat voor de werknemer zelf of voor andere personen dan de werknemer.

6 De ODB luidt: Het ontbreken van adequaat deskundig toezicht op jeugdige werknemers.

* Boete kan aan werknemer worden opgelegd. 

Voor meer informatie over de Beleidsregel Boeteoplegging en de bijbehorende tarieflijst zie http://wetten.overheid.nl/BWBR0032326/

Normbedragen

Bij de berekening van de bestuurlijke boete gaat men uit van zeven categorieën normbedragen (dit waren 10 categorieën). De bijbehorende bedragen zij als volgt:

  • 1e categorie: een normbedrag van € 340;

  • 2e categorie: een bedrag van € 750;

  • 3e categorie: een bedrag van € 1.500;

  • 4e categorie: een bedrag van € 3.000;

  • 5e categorie: een bedrag van € 4.500;

  • 6e categorie: een bedrag van € 9.000 en voor de 

  • 7e en hoogste categorie geldt een bedrag van € 13.500.

Let wel: het gaat hier om normbedragen voor bedrijven met meer dan 500 werknemers. 

Bij een zogenaamde zware overtreding wordt het normbedrag met twee vermenigvuldigd. De boete die per beschikking aan een werknemer kan worden opgelegd bedraagt maximaal € 450. In de Bijlage van de beleidsregel is een aparte kolom opgenomen met het opschrift Werknemersboete. Alle bepalingen waarvoor ook de werknemer verplicht is tot naleving staan daarin gemerkt met een asterisk (*) – overigens net als in de oude regeling.

Korting voor kleine bedrijven

Zoals hiervoor opgemerkt zijn de in de tabel genoemde bedragen normbedragen die worden toegepast voor bedrijven met 500 of meer werknemers. Voor kleinere bedrijven wordt, net als in de oude regeling, een korting in mindering gebracht op basis van het aantal werkzame personeelsleden. Bedrijven of instellingen met: 

  • minder dan 5 werknemers betalen 10 % van het normbedrag; 

  • 5 t/m 9 werknemers betalen 20 %; 

  • 10 t/m 39 werknemers betalen 30 %; 

  • 40 t/m 99 werknemers betalen 50 %;

  • 100 t/m 249 werknemers betalen 60%;

  • 250 t/m 499 werknemers betalen 80 % van het normbedrag.

Het aldus gecorrigeerde bedrag is uitgangspunt voor de verdere berekening van de uiteindelijke boete. Voor de berekening van de bedrijfsgrootte wordt het aantal werknemers van de gehele juridische eenheid gehanteerd. Bij de inzet van vrijwilligers wordt uitgegaan van het aantal vrijwilligers dat op het moment van de overtreding op de locatie werkzaam is. 

Verhoging boetenormbedrag

Het boetebedrag wordt onder bepaalde omstandigheden verhoogd. Als sprake is van een arbeidsongeval met dodelijke afloop wordt het op bedrijfsgrootte gecorrigeerde bedrag vermenigvuldigd met een factor 5. Bij blijvend letsel of ziekenhuisopname (op grond van artikel 9 Arbowet) wordt het boetebedrag met vier vermenigvuldigd. In geval van een Zware Overtreding is deze factor twee. Als meer dan tien respectievelijk meer dan vijftig werknemers aan een niet-administratieve overtreding zijn blootgesteld wordt het normbedrag vermenigvuldigd met anderhalf respectievelijk twee. 

Vermindering boetebedrag

Het boetebedrag worden verlaagd – of zelfs geheel worden kwijtgescholden. Voorwaarde is, dat de risico’s van de werkzaamheden in kaart zijn gebracht en de nodige maatregelen zijn genomen, zodat een veilige werkwijze is ontwikkeld die voldoet aan de vereisten van de Arbowetgeving. Het boetebedrag wordt dan met 1/3 verminderd. Als ook de nodige voorlichting en instructies zijn gegeven wordt de boete met nogmaals 1/3 verlaagd en als tenslotte ook voldoende en gericht toezicht is gehouden kan de boete geheel vervallen. Let wel: de maatregelen zijn cumulatief, dus als aan de eerste voorwaarde (het hebben van een adequate RI&E) niet is voldaan, komen de andere voorwaarden niet meer aan de orde. En tenslotte is van belang, dat het aan de beboete werkgever om dit ook te bewijzen! Daarbij is het overleggen van een algemene risico-inventarisatie en –evaluatie doorgaans niet voldoende: de ri&e zal bij uitstek moeten geen over de situatie waardoor het ongeval is ontstaan en waarvoor de werkgever is beboet. Een in de dagelijkse praktijk doorgaans bijna onmogelijke opdracht. 

Nevenvestiging en bouwprojecten

Bij zelfstandig opererende nevenvestigingen van rechtspersonen wordt gehandeld alsof het afzonderlijke ondernemingen zijn, zo geeft artikel 1.13 van de regeling aan. En art. 1.14 vult dit nog aan met de bepaling, dat als een rechtspersoon langer dan zes aaneengesloten maanden op eenzelfde bouwlocatie werkzaamheden verricht, die bouwlocatie dan als nevenvestiging wordt gezien. Overigens geeft art. 1.15 aan, dat het voorgaande niet geldt voor ernstige overtredingen zoals bedoeld in art. 9.10a, derde lid Arbobesluit. 

Het gaat hierbij vooral om de aanpak van recidive bij ondernemingen met meerdere vestigingen. Zo kunnen filialen van een uitzendorganisatie, een grootwinkelbedrijf, een bank enzovoorts zelfstandig opereren ten opzichte van de hoofdvestiging. Die nevenvestiging is als zodanig opgenomen in de register van de Kamer van Koophandel. De rechtspersoon (hoofdvestiging) wordt formeel aangesproken als overtreder, maar bij de bepaling of er sprake is van recidive wordt gekeken naar de nevenvestiging waar de overtreding heeft plaatsgevonden. Alleen als de overtreding zich herhaalt bij die nevenvestiging wordt het bedrijf geacht te recidiveren. Van een zelfstandige nevenvestiging is alleen sprake als structureel is voorzien in leiding en gezag met een eigen bevoegdheid tot aansturen van het personeel. 

Niet melden ongeval

Het niet onverwijld melden van een arbeidsongeval (art. 9 Arbowet) waarbij het voor de inspectie niet meer mogelijk is onderzoek naar de toedracht te verrichten wordt bestraft met een boete van € 50.000. Dit is het normbedrag dat kan worden opgelegd bij een ongeval met dodelijke afloop. Daarbij is het uiteindelijke bedrag mede afhankelijk van de bedrijfsgrootte, maar vooral ook van de mogelijkheid in hoeverre de inspectie SZW nog in staat was, om de oorzaak van het ongeval te onderzoeken. Voor overtredingen waarbij arbeidsongevallen niet tijdig zijn gemeld, zonder dodelijke afloop en waar het nog wel mogelijk is voor de Inspectie SZW om nader onderzoek te doen, gelden afhankelijk van de situatie lagere normbedragen. Als het ongeval te laat is gemeld door een ander dan de werkgever en nog wel te onderzoeken bedraagt het nominale boetebedrag € 4.500. Als het ongeval te laat door de werkgever is gemeld maar onderzoek nog mogelijk is, dan wordt de boete nominaal € 1.500. Uiteraard weer met toepassing van de eventuele korting op bedrijfsomvang of vermeerdering op grond van de Beleidsregel zelf.

 
 

Arbonieuws en blog

02 maart 2017
DUURZAME INZETBAARHEID
14 januari 2017
Werken aan de werkhouding
13 oktober 2015
Vijf tips voor thuiswerken
19 september 2014
Bescherm de leerling
18 maart 2014
Bent u RI&E plichtig?
19 december 2013
TIL ER NIET TE ZWAAR AAN
08 oktober 2013
Controle over je werkplek
10 maart 2013
CHECK JE WERKPLEK
24 november 2012
Klachten door gamen
06 november 2012
DE VIESTE PLEKKEN OP KANTOOR
24 juli 2012
Onnodig ziekteverzuim
23 juli 2012
Afstandhouder ladder
04 juli 2012
Zweden werken gezonder
07 juni 2012
Tablets en werkhouding
05 juni 2012
Zwangerschap en werk


Contact                    Ergonomisch werken


Hunenbaan 5                    Werkplekonderzoek        
7822 EC Emmen                                  Voorlichting en opleiding            
tel 06 54 39 50 88                            Zelfstandig Professional           
info@mwarbosupport.nl                                RI&E Preventie